naar top
Menu
Logo Print
13/12/2018 - KENNETH BAERT

METEN VAN DE RELATIEVE LUCHTVOCHTIGHEID

ADVISERENDE ROL SCHRIJNWERKER INZAKE RELATIEVE LUCHTVOCHTIGHEID

Door de recente strenge winterprikken kregen nogal wat schrijnwerkers te maken met vragen van klanten met betrekking tot schade aan hun parket. Het probleem was dat sommige vloeren door een te lage luchtvochtigheid in de woonruimte scheurden, barsten vertoonden en/of opbolden. Toch is niet enkel het parket, maar ook ander houten schrijnwerk aan deze schade onderhevig. Deze problemen zijn echter niet de schuld van de plaatser, mits hij/zij de klant echter van advies inzake de luchtvochtigheid voorzien heeft na de plaatsing van het houten schrijnwerk.

WINTERPRIK MET GEVOLGEN

Zo’n twee tot drie jaar werden de meeste schrijnwerkers amper nog geconfronteerd met problemen met hun houten schrijnwerk die betrekking hadden op een problematische luchtvochtigheid. De meest recente winterprik maakte daar echter komaf mee. Heel wat klanten van schrijnwerkers rapporteerden namelijk schadegevallen (barsten, voegen, opbollende planken …) aan bijvoorbeeld hun houten vloeren. Deze schade trad bovendien even gemakkelijk op bij pas geplaatst houten schrijnwerk als bij opgeleverde projecten van enkele jaren terug. Oorzaak van het probleem bleek in de meeste gevallen dan ook een te lage luchtvochtigheid te zijn.

METEN IS WETEN

Hout liegt niet. Als het hout begint te barsten, dan is de luchtvochtigheid te laag. Is schimmelvorming het probleem, dan is dat te wijten aan een te hoge luchtvochtigheid. Men kan de luchtvochtigheid in een kamer meten.

hygrometer
Idealiter verhoudt de binnentemperatuur zich rond de 20 °C met een luchtvochtigheid van ongeveer 50%

Hygrometer

Het is dan ook voor elke schrijnwerker een aanbeveling om altijd een hygrometer bij zich te hebben die de vaststelling van de luchtvochtigheid kan doen. Wat elke schrijnwerker echter wel moet begrijpen, is dat de hygrometer aan momentopnames doet. Zo is het perfect mogelijk dat de ene dag de luchtvochtigheid perfect is voor de plaatsing, terwijl we de daaropvolgende dagen, door bijvoorbeeld een langere vriesperiode, spreken van een slechte luchtvochtigheid.

Datalogger

Er bestaan echter ook apparaten die over een langere periode (bijvoorbeeld een week) de temperatuur en luchtvochtigheid op de werf of in de woning registreren. Deze dataloggers worden echter enkel in probleemgevallen (grote schade, vermoeden van slechte vloerverwarming of ventilatieproblemen ...) gebruikt.

 GEVOLGEN OP LANGE TERMIJN

datalogger
In probleemgevallen worden er vaak dataloggers ingezet die in staat zijn om over een lagere periode de temperatuur en luchtvochtigheid op de werf te registreren 

Het mag duidelijk zijn dat er, als de luchtvochtigheid in een ruimte zich buiten de minimum- en maximumgrenzen van het WTCB bevindt, schade als gevolg kan optreden. Het is echter niet zo, en dat is een belangrijke kanttekening, dat als een ruimte gedurende twee dagen een luchtvochtigheid vertoont van minder dan 30%, de klant met permanente schade zal zitten. Pas wanneer dit zich voor een langere periode voordoet, zullen de gevolgen niet uitblijven.

WAT IS DE ROL VAN DE SCHRIJNWERKER?

In het geval van schade bij houten schrijnwerk wijst de klant al snel met de beschuldigende vinger naar de schrijnwerker in kwestie. Echter, zoals vaak het geval is inzake luchtvochtigheidsproblemen, is de schrijnwerker achteraf niet verantwoordelijk voor de fout, mits hij/zij kan bewijzen dat de klant duidelijk geïnformeerd was.

Wie is verantwoordelijk voor, tijdens en na de plaatsing?

Tijdens de uitvoering van de werken is het de schrijnwerker die verantwoordelijk is voor de fouten die begaan worden. Het is zijn taak om de luchtvochtigheid dagelijks voor en tijdens de werken te controleren en maatregelen te nemen om problematische metingen op te vangen. Zo is het uit den boze om bijvoorbeeld houten parketvloeren te plaatsen wanneer de muren pas gepleisterd zijn, en dus nog vochtig. Dit werkt namelijk nefast voor de kwaliteit van het hout. Daarnaast is het ook de bedoeling dat de werfomstandigheden gerespecteerd worden. Zo moet de woning van glaspartijen voorzien zijn, dient er een verwarmingsinstallatie aanwezig te zijn aangezien er een minimumtemperatuur van 15 °C geldt …

Concreet dient de schrijnwerker in probleemgevallen de bouwheer op de hoogte stellen, die op zijn beurt moet zorgen voor een oplossing. Na de oplevering van de werken door de schrijnwerker is het nog steeds de verantwoordelijkheid van de bouwheer om aan de hand van meetapparaten de werfomstandigheden in het oog te houden en bij te sturen waar nodig.

Advies

Om misverstanden en klachten van klanten te vermijden, is het belangrijk dat de schrijnwerker zijn adviserende rol serieus neemt. In principe is het namelijk zo dat elke plaatser zijn klanten advies moet geven. Het is dus de taak van de schrijnwerker om aan zijn klant duidelijk de problematiek van de luchtvochtigheid uit te leggen. Gebeurt dit niet en is de klant dus niet op de hoogte van de eventuele risico's van een te lage en/of te hoge luchtvochtigheid, dan is op zijn minst een zekere ontevredenheid bij de klant niet uit te sluiten. Een aanrader is om het verleende advies, naast de mondelinge overlevering, ook schriftelijk op de offerte te plaatsen. Op die manier kunnen schrijnwerkers achteraf schriftelijk bewijzen dat het advies wel degelijk verleend werd.

OPLOSSINGEN LAGE LUCHTVOCHTIGHEID

Impact vernieuwde isolatie-eisen

Het recentelijk ingevoerde S-peil en de alsmaar strengere isolatie-eisen die gelden op woningen, zorgen voor een bijzondere dynamiek binnen de schrijnwerkerij. En dat laat zich ook merken op het vlak van de problemen die er in de winter kunnen zijn in het geval van een te lage luchtvochtigheid. Zo zorgen de strengere isolatie-eisen en de hogere graad van luchtdichtheid ervoor dat een correcte ventilatie belangrijker wordt voor een gezond binnenklimaat waarin onder ander de luchtvochtigheid in balans is om comfortabel te kunnen wonen en geen schade te hebben aan materialen.

Luchtbevochtigers

Duidelijk is dat een stabiele en correcte luchtvochtigheid staat voor een gewaarborgde kwaliteit van het schrijnwerk. Luchtbevochtiging door middel van luchtbevochtigers kan hier voor vele ruimtes een oplossing bieden. Deze toestellen zorgen namelijk, indien tijdig bijgevuld, voor een constante toevoer van vocht bij droge weersomstandigheden. De schrijnwerker doet er dus goed aan om tijdens zijn adviesverlening de klant hier duidelijkheid in te brengen.  

VENTILATIESYSTEMEN

De combinatie van verse (droge) lucht die binnengehaald wordt, met het feit dat die verse lucht ook nog eens droger wordt wanneer die opwarmt, kan zorgen dat de relatieve luchtvochtigheid afneemt. Daarnaast zijn de systemen ook in staat om vochtige lucht af te voeren. In het geval van een te hoge luchtvochtigheid brengen ventilatiesystemen dan ook de oplossing. Bij probleemgevallen met ruimtes met een te lage luchtvochtigheid ligt de invloed van ventilatiesystemen enigszins anders. Daar kan een vraaggestuurd systeem, waarbij de ventilatie enkel in die ruimtes met een te lage luchtvochtigheid ventileert, enkel voor een vertragend effect zorgen.

LUCHTVOCHTIGHEID VERSUS GEZONDHEID

Niet enkel de gezondheid van het houten schrijnwerk komt in gedrang, maar ook de gezondheid van de bewoners. Zo kan, in het geval van een te lage luchtvochtigheid, ook het houtvochtgehalte door middel van drogingstechnieken zeer laag gebracht worden. Door deze ingreep zou het hout de gebruikelijke schade niet meer vertonen en zou er dus geen sprake meer zijn van een probleem. Echter, als men ook de gezondheid van de bewoners in acht dient te houden, gaat deze vlieger niet op. Een lage luchtvochtigheid zorgt namelijk voor het uitdrogen van handen en slijmvliezen, luchtwegenirritaties …

Met dank aan De Parketplaatsers, Lamett, Renson Ventilation en Van Looveren Parket