naar top
Menu
Logo Print
28/11/2018 - VALÉRIE COUPLEZ

VERMIJD SCHOMMELINGEN IN TEMPERATUUR EN LUCHTVOCHTIGHEID

BEGRIJP DE FACTOREN DIE DE STABILITEIT BEÏNVLOEDEN EN VOORKOM SCHADE AAN HET PARKET

hout

Parket blijft heel gewild. Dat heeft alles te maken met de uitstraling die hout als natuurproduct te bieden heeft. Dat het voor uw klant geen geringe investering is, maakt dat ze onberispelijke kwaliteit van u verwachten. Om schade bij de installatie te voorkomen is het belangrijk om twee zaken in de gaten te houden: de temperatuur en de luchtvochtigheid. Wie daarin grote schommelingen weet te vermijden, is goed op weg naar een feilloos gelegd parket waar de gebruiker lang van zal kunnen genieten.

LUCHTVOCHTIGHEID

Wanneer we spreken over de relatieve luchtvochtigheid aanwezig in een gebouw, spreken we over het percentage waterdamp die een ruimte bevat ten opzichte van de maximale hoeveelheid waterdamp die de lucht kan bevatten.

houtvochtmeter
Houtvochtmeters registreren het houtvochtgehalte van het hout. Ideaal ligt dit vochtgehalte tussen de 8 en 12%

De schade die optreedt bij een te lage of te hoge luchtvochtigheid is te verklaren door het feit dat hout van nature een vochtgevoelig en levend materiaal is. Hout stelt zich namelijk altijd in evenwicht met het aanwezige vochtgehalte in de ruimte waar het geplaatst is. In de vaktermen wordt dit benoemd als het werken van het hout. Voor parket liggen hier bijna altijd de twee zelfde elementen aan ten grondslag: de temperatuur en de luchtvochtigheid.

Wanneer het parket te droog is bijvoorbeeld, zal het gaan krimpen. Hierdoor kunnen er barsten in de parketvloer ontstaan die zich meestal in het midden van de plank situeren. Wanneer het dan weer te nat is in de ruimte zal de plank gaan uitzetten, ook wel schotelen genoemd. Dit heeft tot gevolg dat de planken als het ware een golving meekrijgen. Bovendien kan er ook schimmelvorming bijkomen. Idealiter verhoudt de binnentemperatuur zich rond de 20 °C met een luchtvochtigheid van ongeveer 50%.

Niet elke houtsoort is echter even gevoelig aan dit werken van het hout. Dit is allemaal afhankelijk van houtsoort tot houtsoort. Zo zien we bijvoorbeeld dat massief hout minder en trager reageert dan plaatmateriaal. Tropische houtsoorten (afrormosia, teak, padoek...) zijn in hun natuurlijke omgeving meer gewoon aan schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid en er bijgevolg ook beter tegen bestand.

EVOLUTIES IN PARKET EN WONINGBOUW

Wie wil voorkomen dat er schade ontstaat aan een parket moet weten dat er een aantal evoluties spelen die een impact hebben op deze stabiliteit. Enerzijds heeft het parket zelf de nodige veranderingen ondergaan. Vroeger bestond parket voornamelijk uit massieve planken vloeren van wel 20 mm dik. De dalende beschikbaarheid van hout en de daaruit voortvloeiende stijgende prijzen duwden fabrikanten en consumenten in een andere richting.

Vandaag kijkt men onder meer naar meer­lagenparket. Dat bestaat uit een fijn laagje parket (2 à 6 mm dik) dat op een onderlaag wordt bevestigd. Deze onderlaag haalt een dikte van ongeveer 10 mm en is opgebouwd uit drie à vier lagen die gekruist over elkaar liggen. Anderzijds is ook onze manier van bouwen veranderd. Isolatie is het sleutelwoord zowel in nieuwbouw als in renovatie om het energieverbruik zoveel mogelijk terug te dringen. Isolatie vraagt echter om ventilatie en laat deze twee zaken samen nu net een invloed hebben op de temperatuur en de luchtvochtigheid in huis.

WETGEVING

Bij het WTCB geldt de algemene aanbeveling dat het percentage relatieve luchtvochtigheid in een ruimte voor, tijdens en na de plaatsing van houten schrijnwerk binnen de grenzen van minimaal 30 tot maximaal 60% dient te liggen. Een meer ideale begrenzing zou tussen de 40 en 55% liggen. Dit percentage is bovendien niet enkel gunstig voor de kwaliteit van het opgeleverde schrijnwerk, maar ook optimaal voor de gezondheid van bewoners en beplanting. Echter, een relatieve luchtvochtigheid van 50% is het perfecte streefdoel, al is het zeer moeilijk om (altijd) aan dit percentage te voldoen.

FACTOREN DIE DE STABILITEIT BEÏNVLOEDEN

Opbouw parket

Massief parket is ondanks de dikte van het hout toch gevoeliger aan het werken van hout dan meerlagenparket. Dat heeft alles te maken met de gekruiste lagen die in meer­lagenpakket aanwezig zijn. Het hout zal weliswaar dezelfde invloed ondergaan, maar omdat het in verschillende richtingen gelegd is en gelijmd en genageld werd, zal het werken zich minder tonen aan de oppervlakte. Meerlagenpakket is daarom ook de beste keuze wanneer er vloerverwarming in de kamer aanwezig is. Belangrijk bij de keuze voor de combinatie parket en vloerverwarming is ook dat er een continue verwarming voorzien wordt en dat de opstart/opwarming geleidelijk aan gebeurt.

houtsoort
Massief parket is ondanks de dikte toch gevoeliger aan het werken van hout

Daarnaast speelt het formaat van de planken een rol. Hoe smaller de planken, hoe stabieler ze zullen blijken. Het werken uit zich immers voornamelijk in de breedte. Vandaag zijn brede planken echter de mode. De standaard ligt rond 20 mm. In combinatie met de problematiek rond isoleren en ventileren, zal werken dus een groter aandachtspunt zijn. Er zijn echter geen minimale of maximale afmetingen. Alles hangt af van de temperatuur en de luchtvochtigheid in de kamer. Wel wordt rekening gehouden met de slankheidsfactor: de verhouding tussen de breedte en de dikte van de planken. Als algemene stelregel kan men hanteren dat wanneer de breedte meer dan acht keer groter is dan de dikte voor matig stabiel hout of meer dan tien keer groter is dan de dikte voor stabiel hout, dat het risico op werken in stijgende lijn gaat.

Zaagwijze

Een boom kan op drie manieren gesneden worden: in dosse, in kwartier of in vals kwartier. In kwartier komt overeen met de hoogste kwaliteitsgraad. De boom wordt eerst overlangs in vieren gezaagd. Uit elk kwartier worden de planken dan zo gezaagd dat ze mooi de draad in het hout volgen en ongeveer haaks op de groeiringen staan. Het nadeel is echter dat er zo minder hout uit een boom kan worden gesneden, wat de hogere kostprijs rechtvaardigt.

Planken in kwartier zijn het minst onderhevig aan het werken van het hout. Massief parket selecteert daarom vaak zijn planken volgens dit criterium. Bij vals kwartier zijn de jaarringen dan wel zichtbaar als evenwijdige lijnen. De bovenzijde van de plank zal verschillen van de onderzijde. Dosse gezaagd hout, ten slotte, is hout dat evenwijdig ge­zaagd is aan de jaarringen, dat wil zeggen in de tangentiale richting van het hout. De groeiringen zijn goed zichtbaar in het hout in de vorm van vlammen. Dosse is bijna twee keer zo gevoelig aan vervormingen.

Voorbereiding van het hout

Ook het vochtgehalte in de planken zelf is van tel. Ongeacht de houtsoort wordt altijd een vochtgehalte van 7 à 9% nagestreefd. In principe moet het hout al de juiste gegevens wat dit betreft kunnen voorleggen, alvorens het tot parket versneden wordt. Het drogen zelf is een proces dat het beste zo natuurlijk mogelijk verloopt met respect voor het hout. Hoe bloter het hout ligt, hoe beter het de atmosferische omstandigheden kan opnemen. Op die manier zullen er minder grote schommelingen optreden. Uw leverancier van parket moet u steeds de nodige attesten of droogtecertificaten kunnen voorleggen. Vooraleer u het parket begint te leggen, kunt u het parket ook het beste laten acclimatiseren door het op voorhand in de kamer te leggen. Zo is het aangepast aan de omstandigheden, alvorens u het lijmt of vastnagelt. In principe moet een week daarvoor volstaan.

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond heeft weinig invloed op het werken, de systeembouw wel. In principe is elke ondergrond mogelijk in combinatie met parket, zolang deze stofvrij, droog en stabiel is. Vergeet alvorens u aan de plaatsing begint niet het vochtgehalte van de ondergrond te controleren. De ondergrond moet droog genoeg zijn, zo niet riskeert u op te draaien voor de schade die dit onvermijdelijk zal teweegbrengen aan het parket op termijn. Het vochtgehalte voor dekvloeren op basis van cement moet begrensd blijven tot 2%. Voor dekvloeren op basis van anhydriet ligt dat percentage op 0,6%. De meting kan gebeuren met een hygrometer. Het heeft geen zin om hiervoor een bouwdroger in te zetten om het proces te proberen versnellen. Bouwdrogers zullen weliswaar de chape uitdrogen, maar alle vocht zal eruit verdwijnen, wat het contrast met de situatie achteraf dan weer te groot maakt. Te hoge schommelingen zullen zoals gezegd een nefaste invloed hebben op het werken van het hout.

Lijmen, nagelen of zwevend?

zwevend
Het zwevend of los plaatsen is de meest goedkope manier om parket te leggen maar tegelijkertijd het meest onderhevig aan het werken

Het zwevend of los plaatsen is de meest goedkope manier om parket te leggen maar tegelijkertijd het meest onderhevig aan het werken. Niks zal in feite de beweging die het hout wil maken in de weg staan, waardoor zelfs al een kleine schommeling in het vochtgehalte in de kamer zijn gevolgen zal hebben. De tand- en groefverbindingen fungeren immers als scharnieren en vormen hoogte- of dieptepunten al naargelang de vervormingen concaaf of convex zijn. Door te kiezen voor nagelen bij de plaatsing verkleint u het risico op werken al enigszins.

Hier zal ook de slankheid van de planken en de afrukweerstand die geboden wordt door de vernageling zijn rol spelen. Hoe dunner de houten elementen, hoe minder belasting ze zullen uitoefenen op de nagels. Een gelijmde plaatsing zal in theorie de meeste weerstand bieden tegen het werken. Het contactoppervlak, waar de planken aan de ondergrond gehecht zijn, is dan immers het grootst. Een systeem dat verschillende bevestigingswijzen combineert zal het meeste kans op succes bieden. Wat men ook kiest, parket vraagt altijd om uitzettingsvoegen. Men blijft gemiddeld 5 à 6 mm van de muren en plaatst achteraf ter afwerking een plint van 10 à 12 mm.

Met dank aan Lamett en ParketBoy