naar top
Menu
Logo Print
21/05/2019 - WOUTER PEETERS

PARKETVLOER OP VLOERVERWARMING LIJMEN ZONDER ZORGEN

Normaal patroon
Bij een identieke slankheidsfactor kan meerlagig parket een dimensionale stabiliteit vertonen die tot twee keer groter is dan bij massief parket

Welke parameters dient u in acht te nemen?

Anders dan bij de reguliere parketvloer is de volledige vloeropbouw bij parket op vloerverwarming veel meer onderhevig aan vocht- en temperatuurschommelingen, waardoor uitzetting of inkrimping van het hout onvermijdelijk is. Maar ook de ondergrond en verlijming zijn onderhevig aan spanningen. Een juiste materiaalkeuze en installatie zijn dan ook vereist voor een kwaliteitsvol en duurzaam eindresultaat.

RENDEMENT

Het rendement van vloerverwarming is bij voorkeur zo hoog mogelijk. Hout als materiaal op zich is evenwel niet warmtegeleidend. Een tegelvloer zal sowieso een beter rendement opleveren, maar vanwege factoren als gezelligheid en een warmere aanblik geniet een parketvloer bij veruit de meeste mensen toch de voorkeur. Om toch van zo veel mogelijk warmteafgifte te kunnen genieten, dient de totale dikte van de parketvloer zo beperkt mogelijk te zijn en moet er voldoende isolatiemateriaal onder de dekvloer voorzien worden.

Nerveuze houtsoorten

Elke houtsoort heeft haar eigen individuele stabiliteit; sommige zijn ‘nerveuzer’ dan andere. Voor een parketvloer waaronder verwarming wordt aangebracht, opteer je bij voorkeur voor de stabielere variant. In die context is naaldhout uitgesloten vanwege zijn inherente onstabiliteit, net als hout met een on­regelmatige of abnormale vezelrichting. Veel tropische houtsoorten zijn minder nerveus, maar vanwege hun vaak donkere tint zijn ze tegenwoordig ook minder esthetisch geliefd.

Slankheidsfactor

Bij vloerplanken uit massief hout is de slankheidsfactor idealiter tussen 4 en 10. Die factor wordt bepaald door de dikte-breedte­verhouding. Voor een stabiele houten vloer­bedekking (zoals sommige varianten van meerlagig parket) kun je een hoger getal overwegen, mits de kwaliteit van het product proefondervindelijk is aangetoond.

Legpatronen
Legpatronen dragen bij tot een egalere spreiding van de spanningen

Bij een identieke slankheidsfactor kan meerlagig parket een dimensionale stabiliteit ver­tonen die tot twee keer groter is dan bij massief parket of een tapijtparket met een gelijmd-genagelde plaatsing op een onderparket. Omdat de kwaliteit van meerlagig parket erg kan verschillen, dient uitgekeken te worden naar de beste kwaliteit van een betrouwbare aanbieder. Dat is voornamelijk van belang voor de verlijming van de toplaag op de kern van de plaat.

Legpatronen dragen bij tot een egalere spreiding van de spanningen. Een plankenvloer ‘werkt’ slechts in één richting, zijnde de breedte van de planken, terwijl een visgraat- of dambordpatroon dat in alle richtingen doet.
Maar bij patroonparketten van vloerdelen met rechte kanten – dus zonder V-groef – zal de ‘werking’ van het hout zichtbaarder zijn door wijdere voegopeningen.

DE ONDERGROND

De ondergrond moet beschikken over een goede cohesie. Indien er een oppervlakkige verzanding is waarop rechtstreeks verlijmd zou worden, zal die hechting uiteraard nooit optimaal zijn en is er een reëel risico op onthechting. Wanneer de cementdekvloer te snel droogt, kunnen er tevens droogscheuren ontstaan. Die defecten moeten bijgevolg hersteld worden.

Een cementdekvloer dient correct voorbereid te worden. De cementdekvloer moet volledig vlak (tolerantie 2 tot 4 mm over 2 m, afhankelijk van het soort parket) zijn, alsook stevig, schoon, stof- en vetvrij. Zo nodig, wordt er afgewerkt met een primer en daarna geëgaliseerd. Ook het vochtgehalte van de ondergrond is een belangrijk aandachtspunt. Dat wordt zorgvuldig met een CCM (Calcium Carbide Methode)-carbuurmeter opgemeten. Het restvochtgehalte bij een cementdekvloer mag maximaal 1,8% bedragen, bij anhydriet 0,3%.

Een gladde ondergrond, zoals anhydriet, wordt opgeruwd met een grofkorrelige schuurschijf (P16), grondig ontstoft en vervolgens eventueel voorzien van een primerbehandeling om het lijmcontact te verbeteren en het achterblijvende fijne stof te fixeren.

Vloerverwarming
In de ruimte waar het parket geplaatst zal worden, moet de vloerverwarming minimaal twee weken gewerkt hebben op de normale bedrijfstemperatuur

Voorwaarden voor een correcte parketplaatsing

Bij voorkeur wordt het parket enkele dagen in de originele verpakking geacclimatiseerd in de betreffende ruimte en wordt de vochtigheid van het hout vergeleken met de door de producent voorgeschreven waarde. Een installatie met een houtvochtigheid onder 7% of boven 11% wordt sterk afgeraden, terwijl 8 à 9% ideaal is bij eiken.

In de ruimte waar het parket geplaatst zal worden, moet de vloerverwarming minimaal twee weken gewerkt hebben op de normale bedrijfstemperatuur; als er zich droogscheuren in de cementdekvloer zouden voordoen, zal dat tijdens die aanloopfase gebeuren; in deze fase van de werken kunnen die nog gemakkelijk hersteld worden. Mocht de ondergrond die fase echter niet doorlopen hebben en mochten er nadien nog droogscheuren ont­staan, dan zetten die zich door in het parket. Tijdens de eigenlijke plaatsing van het parket moet de vloerverwarming uitgeschakeld en volledig koud zijn, omdat de lijm anders te snel zou uitharden. Daarom mag de oppervlaktetemperatuur van 25 °C niet worden overschreden.

Algemene voorschriften

Afhankelijk van de uitzettingscoëfficiënt van het hout en de lengte van de planken kun je berekenen hoeveel het hout bij een bepaald temperatuurverschil kan uitzetten. Bij voorkeur wordt het parket geïnstalleerd in omstandigheden met een relatief lage relatieve vochtigheid. De afstand tussen de wanden en het parket bedraagt minstens 10 tot 15 mm. De expansievoeg wordt enkel gekit waar plinten geen dekking geven. Een siliconenkit wordt vermeden omdat vernis of lak er niet op hecht en het product weinig slijtvast is. De voorkeur gaat uit naar een kit van hard acryl of hybride polymeer. De uitzetvoeg bij parket met vloerverwarming is nog belangrijker dan die zonder.

vloerverwarming parket
De lijmkam wordt tijdens het verlijmen steeds verticaal gehouden om het profiel van de lijmtanden in een egaal lijmbed op de ondergrond aan te brengen

RECHTSTREEKSE VLOERVERLIJMING

Het strekt tot aanbeveling om op elk type ondergrond vooraf steeds een hechtingstest uit te voeren. Afhankelijk van het type parket kan het eventueel rechtstreeks op de cementdekvloer verlijmd worden, maar de lijmhechting zal nooit optimaal zijn, aangezien houten planken onmogelijk overal een perfect contact met de vloer kunnen bewerkstelligen. Reeds tijdens de plaatsing kunnen de planken lichtjes opwaarts bewegen, terwijl de lijm nog niet uitgehard is. En wanneer dat nadien wel het geval is, zullen er zich holklinkende plekken voordoen, een probleem dat zich vooral bij meerlagig parket stelt.

Massief parket, met een gemiddelde dikte van 10 mm, wordt op een ondervloer van zogenaamde ‘mozaïekmatjes’ verlijmd en meteen vernageld voor een optimaal lijmcontact. Een pluspunt van die matjes is dat zij bij vloer­verwarming bijdragen aan een egale spreiding van de spanningen. Massief parket wordt dus niet rechtstreeks op de cementdekvloer verlijmd, maar meerlagig parket wel, omdat het totaal zinloos zou zijn om daar een ondervloer voor te voorzien. Om bij meerlagig parket een optimaal lijmcontact te bewerkstelligen, dient er minstens om de 100 cm een gewicht op de parketvloer geplaatst te worden tijdens het werk en moet dit daar ook blijven staan tot de lijm volledig uitgehard is.

VERLIJMING

De slankheidsfactor en het type parket zijn belangrijk bij het kiezen van de juiste lijm. Algemeen kan gesteld worden dat elasticiteit een van de belangrijkste parameters is om een hechtingsbreuk tussen lijm en dekvloer of een breuk van de ondergrond te vermijden, net als het feit dat elasticiteit ook ruimere houtbewegingen toelaat.

Het belangrijkste onderscheid situeert zich tussen twee types parketlijm: 2-componenten PU-lijm of MS-polymeerlijm. Laatstgenoemde is erg elastisch, terwijl 2-componenten PU-lijm net heel rigide is. Die zal dan ook voor een rigide hechting tussen parket en cementdekvloer zorgen, mede dankzij zijn thermohardende eigenschappen. Bij het gebruik van een 1-componentlijm worden er minder spanningen op de cementdekvloer overgebracht omdat het hout zelf een grotere ‘werking’ wordt toegestaan. Bredere voegen zullen daarvan nadien het gevolg zijn, wat zeker bij parket met rechte kanten niet esthetisch is.

vloerverwarming parket
Na de plaatsing van het parket mag de vloerverwarming twee à drie weken later stapsgewijs (1 of 2 °C per dag) opgestart worden

STAP VOOR STAP

De 2-componenten PU-lijm wordt grondig gemengd (MS-polymeerlijmen kunnen direct uit de verpakking gebruikt worden zonder te mengen) en vervolgens met een lijmkam in stroken van ongeveer 40 cm op de ondergrond aangebracht. Voor meerlagig parket is een vrij grove lijmkam aangewezen, een fijner exemplaar voor patroon- en mozaïekparket. De lijmkam wordt tijdens het verlijmen steeds verticaal gehouden om het profiel van de lijmtanden in een egaal lijmbed op de ondergrond aan te brengen. Daarnaast moet de lijmkam ook goed ‘schrapen’.

De ‘open tijd’ van de lijm bedraagt ongeveer 30 tot 60 minuten (bij 23 °C en 50% R.V.), zodat er niet al te veel lijm in één keer aangebracht kan worden. Vervolgens wordt het parket in de nog natte lijm gelegd en met een rubber hamer voorzichtig aangeklopt. In dit stadium kan er nog gecorrigeerd worden. Daarna eventueel vastnagelen, stevig aandrukken en, indien nodig, het parket verzwaren om een perfecte overdracht van de lijm mogelijk te maken. Daarnaast is als gereedschap net hetzelfde als voor een reguliere parketvloerplaatsing vereist.

Aandachspunt bij afwerking

Na de plaatsing van het parket mag de vloerverwarming twee à drie weken later stapsgewijs (1 of 2 °C per dag) opgestart worden. De meeste lijmen hebben immers tijd nodig om de beoogde treksterkte te bereiken; bovendien dient het vermeden te worden dat het hout reeds zou ‘werken’ als de lijm nog niet volledig optimaal zou zijn.